|
|
![]() De Papelandbeek (Foto: Linda Malfait).
De waterwegen in Moorslede![]() Kaart met de waterlopen van de gemeente Moorslede (© AIV & Fluvius). Moorslede (inclusief de Tuimelarewijk) bevindt zich in het bekken van de Leie (een bijrivier van de Schelde). De gemeente wordt doorkruist door een tiental waterlopen van 2de categorie, d.w.z. onbevaarbare beken en zijbeken, waarvan het onderhoud onder de bevoegdheid valt van de provincie West-Vlaanderen. Het grootste deel van de Moorsleedse beken stroomt bovengronds. Ruim 10% van al de beektracés samen is overwelfd, vloeit dus ondergronds via buizen (duikers). Drie beken, de Godelievebeek (de vroegere Riebeek), de Papelandbeek en een zijtak hiervan, de "Beek zonder naam", ontspringen op de Tuimelare. Alle beken van Moorslede wateren af naar de rivier de Leie, via twee verschillende waterwegen, de rivier Mandel en de Heulebeek:
De Papelandbeek
![]() De Papelandbeek ontspringt ten zuiden van de Mgr. Catrystraat (blauwe stip). Ze vormt de grens met Ledegem en kruist de Oude Heirweg (rode stip) waar de Schouthoek begint (Bron : TomTom GPS navigatiekaart 2006-2019). De Papelandbeek ontspringt in de oostelijke uithoek van de wijk de Tuimelare, in een brede L-vormige put (coördinaten: 50°53'18.88" noorderbreedte en 3°07'00.38" oosterlengte), ten zuiden van de vroegere boerderij Sinnesael, Monseigneur Catrystraat 32. De beek stroomt van daar in zuidelijke richting en vormt de grens tussen de Tuimelare (Moorslede) en Ledegem, tot voorbij de Schouthoek.
![]() De overwelfde Papelandbeek op de plaats waar de Oude Heirweg overgaat in de Ledegemse Schouthoek. De beek ontvangt hier ook het water van 2 andere ingebuisde zijgrachten (Foto: Linda Malfait). Onderweg ontvangt de Papelandbeek water van een aantal zijtakken die ontspringen op het grondgebied Moorslede, o.m. de "Beek zonder naam" die opwelt aan de Tuimelarestraat. De Papelandbeek mondt, ten noorden van Dadizele-centrum, in de Heulebeek.
Herkomst van de naam Papelandbeek![]() Een parochiepape tijdens de preek. Ms. ca. 1500 (Bron: Brussel, Koninklijke Bibliotheek. De Papelandbeek liep ooit door een papeland. In de middeleeuwen was "papeland" de benaming voor een stuk land dat toebehoorde aan de parochie en waarvan de opbrengst bestemd was voor "de pape", de parochiepriester, de pastoor, de geestelijke die verantwoordelijk was voor de plaatselijke zielzorg. Door het verplichte tiendenstelsel in het feodale tijdperk haalde een "pape" zijn inkomsten uit eigen gronden én uit de zogeheten pastorale tienden. Elke parochiaan moest een tiende van zijn bedrijfsinkomsten (in natura) afstaan aan de plaatselijke kerk: 1/3 ervan ging naar de residerende priester, 1/3 naar de kerkfabriek en 1/3 naar de armenzorg. Het middelnederlandse woord "pape" was afgeleid van het Griekse woord "papa". Dat was de aanspreekvorm voor een "papas", een lagere wereldgeestelijke ("clericus minor"). De term "pape" was dus NIET ontleend aan het gelijknamige Latijnse woord papa", want dat was in de West-Romeinse Kerk een titel die voorbehouden was voor hogere wereldgeestelijken, o.m. voor de paus ("papa" genoemd in het Italiaans, en "pope" in het Engels!) Na de Reformatie in de 16de eeuw kreeg het woord "pape" of "paap" een negatieve bijbetekenis. Het werd door de protestanten spottend gebruikt als geuzennaam voor rooms-katholieken, zowel voor geestelijken als leken, denken we maar aan de schimpnaam "papengebroed". Daardoor raakte het woord "pape" in onbruik in de RK-Kerk. Maar het bleef in zijn vroegere neutrale betekenis toch voortleven als deel van een aardrijkskundige waternaam "pape-land-beek", hier bij ons op de Tuimelare.
Het ontstaan van de parochie Moorslede
![]() De wereldberoemde kathedraal in Doornik (ets van 1720). Vanuit deze bisschopsstad werden onze streken al zeer vroeg gekerstend door missionarissen zoals St.-Acharius, St.-Elooi en St.-Amandus. Sinds wanneer vormde de Papelandbeek een onderdeel van de afbakening van de parochie Moorslede? In zijn "Parochieboek of beschryving van Moorslede" Brugge, 1860, blz. 13) schrijft kanunnik G. F. Tanghe dat de uitgestrektheid van de parochie (nu gemeente) Moorslede laat vermoeden dat zij al heel vroeg moet gesticht geweest zijn, hoewel men daarover in de archieven geen enkel spoor terugvindt. Het is evenmin duidelijk wanneer de eerste St.-Martinuskerk in Moorslede werd gebouwd. Het staat wel vast dat de Merovingische en Karolingische vorsten her en der op hun kroondomeinen een kerkgebouw lieten optrekken, toegewijd aan de toen zeer populaire 4de-eeuwse heilige bisschop Martinus van Tours (= St.-Maarten). Alléén al in het huidig bisdom Brugge zijn 21 kerken, o.m. in Moorslede, naar hem genoemd. Volgens prof. Maurits Gysseling ("Toponymisch Woordenboek", 1960) kunnen St.-Martinuskerken teruggaan tot de massale kerstening van onze gewesten in de 7de eeuw. Dat was het werk van enkele bekende rondzwervende missionarissen zoals de Doornikse bisschoppen St.-Acharius, St.-Eligius (Elooi) en St.-Amandus. Overal waar ze het evangelie predikten lieten ze een eenvoudige gebedsruimte ("capella") optrekken met materialen die ter plaatse voorhanden waren. Daarnaast stond een huisje (meestal veilig op een met water omgeven omwalde mote) voor de residerende pastoor, "prochiepape" genoemd.
De Papelandbeek: onderdeel van de oude parochiegrens
![]() Reconstructie-tekening van een "prochie" (= dorp) op het Vlaamse platteland in de 11de eeuw. De nederzetting bestaat uit enkele boerderijtjes rondom een kerkje, het enige stenen gebouw van het dorp! In zijn boek "Moorslede het Lievensdorp" (Izegem, Hockepied, 1988, blz. 34 e.v.) stelt Robert Houthaeve dat, vermoedelijk al in de 2de helft van de 10de eeuw de parochies definitief werden afgebakend. Daarbij werd vooral gebruik gemaakt van natuurlijke grenzen (waterlopen, heuvels en bestaande straten) om mogelijke grensgeschillen (betwistingen inzake de betaling van tienden) in de toekomst te vermijden.
![]() Luchtfoto van de plaats waar de Papelandbeek ontspringt (Bron: Google Maps - Satellite View). Volgens R. Houthaeve werd wellicht ook in diezelfde 10de eeuw het territorium omschreven van de parochie Moorslede (deel uitmakend van het bisdom Doornik). Dat zou eeuwenlang zo blijven, ook nadat de Franse bezetter, in 1795, van de feodale "prochie" een gemeente had gemaakt. De parochie Moorslede werd min of meer opgesloten binnen een vierkant van bestaande geografisch grenzen:
Voor de afbakening van de parochiegrenzen speelden in de middeleeuwen ook lindebomen een rol: ze werden aangeplant als grenspalen op de hoeken van velden, bij de toegang tot boerderijen, naast veldkapellen, bij knooppunten van wegen en op de grens van dorpen en rechtsgebieden. Omdat een linde zeer oud werd met een majestueuze kroon vormde zij een levend en betrouwbaar bewijs van een territoriumgrens, een symbool van eeuwigheid en bescherming.
![]() De rode stip duidt de plaats aan waar de Papelandbeek de Oude Heirweg oversteekt. Links onder (gele stip) staat de laatmiddeleeuwse Bunderkruishoeve. (Kaart: OpenStreetMap). De parochiegrenzen ondergingen eeuwenlang geen noemenswaardige veranderingen. In hun boek "Geschiedenis van Ledeghem" (Brugge-Kortrijk, 1912, blz. 7) maken J. Mussely en J. Buysschaert echter melding van een grensgeschil, in 1664, tussen de buurparochies Moorslede en Ledegem over "het gescheet in de streke van de Bundercruyce" (= de vroegere naam voor het kruispunt van de Schouthoek en de Breulstraat, nabij de Bunderkruishoeve). Dat dispuut werd naderhand netjes "in der minne", buiten de rechtbank om, opgelost.
|