|
|
![]() Panoramisch zicht vanuit de toren van de kerk van Beitem. Verder weg, 200 m. zuidwaarts (vanaf gele stip) strekt zich de Tuimelarewijk uit: deels links, maar grotendeels rechts van de Menensesteenweg (foto: F. Vandevelde).
Historisch gegroeid nabuurschapWanneer we de geschiedenis van onze Tuimelarewijk overlopen valt meteen op dat er - alléén al door de geografische nabijheid - eeuwenlang nauwe banden waren met het aangrenzende dorp Beitem, of beter gezegd met het grondgebied van Beitem. Het dorp Beitem én de plaatsnaam Beitem bestaan immers pas sinds de 2de helft van de 19de eeuw! Voordien was het een gehucht in het zuidwesten van de gemeente Rumbeke, langs de Meensesteenweg, zo'n kleine kilometer ten noorden van de huidige dorpskern van Beitem.![]() Op de plaats van ''t Melkerijtje ', aan de overkant van de Meerlaanstraat, stond eeuwenlang 'Den Meirlaer'. De kleine woonkern werd Meerlaanhoek genoemd omdat ze gegroepeerd was rond de herberg "De Meirlaer". Die bestond zeker al in 1582 en werd in 1819 afgebroken. Op die plaats is nu de huidige zuivelproductenzaak "'t Melkerijtje" gevestigd. ![]() De herberg "De Meirlaer" (gele pijl) en het gasthuis ten Bunderen (blauwe stip onderaan), allebei gelegen langs de Oude Heirweg (Bron: Ferrariskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, 1771-78). Hoogst waarschijnlijk al vanaf de Romeinse Tijd liep, van noord naar zuid, dwars doorheen het grondgebied van het huidige Beitem en de Tuimelarehoek, de Oude Heirweg. Dat schiep een sterke geografische band tussen enerzijds het gasthuis ten Bunderen en de herberg "Den Tuimelare" in onze wijk, en anderzijds de herberg "De Meirlaer" in Beitem. Ze waren alle drie slechts een kilometer van mekaar verwijderd. In de middeleeuwen vormden ze welgekomen "rustpunten" voor de vele passanten, die gebruik maakten van de drukke pelgrimsroute naar allerlei bedevaartsplaatsen in zuidelijk Europa. ![]() Luchtfoto van het imposante Brouwershof van P.-J. Muylle, die de in beslaggenomen landerijen van het gasthuis ten Bunderen op het grondgebied van Beitem opkocht (Bron: Oscar Casier). Het bovenvermelde gasthuis ten Bunderen (ca. 1269-1578), dat zich bevond op de hoek van de huidige Oude Heirweg en van de Ten Bunderenstraat, lag slechts op een halve kilometer afstand van de huidige dorpskom van Beitem. De zusters van het gasthuis verwierven in de loop der eeuwen vele hectaren landeigendommen, die zich uitstrekten over het grondgebied van het huidige dorp Beitem, langs weerskanten van de Menensesteenweg. Tijdens de Franse Overheersing (1794-1815) werden die landerijen openbaar verkocht als zogenaamd "zwartgoed". Pieter-Jozef Muylle, de toenmalige eigenaar van de herberg "De Meirlaer", kocht een groot deel op van de gronden, die eerder toebehoorden aan de Bunderzusters van de Tuimelare. In 1807 verliet Muylle de herberg en nam zijn intrek in een groot herenhuis, het "Brouwershof", aan de overkant van de Menensesteenweg, op de hoek van de Meerlaanstraat.
De school van de Meerlaanwijk (1809-1881)![]() Deze verdwenen driewoonst aan 'De Steenbakkerij ' was ooit de Meerlaanschool, de 1ste school op het grondgebied van Beitem (Bron: Roger Plovie). In 1808 - het dorp Beitem bestond toen nog niet! - kochten de Zusters van St. Vincentius a Paulo (in de volksmond "de Zusters van Liefde") uit Rumbeke in de Meerlaanwijk een perceel grond, gelegen op de hoek van de Meensesteenweg en de Iepersestraat (aan de huidige rotonde) en lieten er het jaar nadien een gebouw optrekken, dat onderdak bood aan een dagschool voor meisjes en jongens. In de praktijk ging het hier om een 'werkschole', ook 'spinnewerkschole' genoemd, waar men de kinderen het handspinnen leerde. Naast het handwerk, waarmee ze wat verdienden voor thuis, leerden de kinderen lezen en schrijven, de gebeden en de catechismus (met vragen en antwoorden) opzeggen. Er werd aanvankelijk les gegeven door niet-gediplomeerde schoolmeesteressen ('godvruchtige juffrouwen'), maar vanaf 1873 namen de kloosterzusters het helemaal over. In 1844 telde de school bijna 100 jongens en zodat 60 meisjes uit de omgeving. We konden niet achterhalen of ook leerlingen van de Tuimelarewijk er naartoe gingen. Het is zeker niet uitgesloten want de Tuimelare lag maar amper een kilometer daarvandaan. ![]() Henri-Amand Desmedt, proost van de eerste kerk en ijveraar voor de oprichting van een parochie Beitem. In 1865 stelde de bisschop van Brugge J.-L. Faict de priester Henri-Amand Desmedt aan als proost van de Meerlaanwijk met de opdracht om er een bijkerk op te richten. De grootgrondbezitter Charles Beheyt, eigenaar van "het Brouwershof", stelde gratis een stuk grond ter beschikking, zo'n 800 m. verder zuidwaarts van de Meerlaan gelegen, ter hoogte dus van de huidige "platse" (= dorpsplaats) van Beitem. Zijn broer Petrus Beheyt schonk "een hele steenoven brieken" (= 600.000 bakstenen!) voor de bouw van de nieuwe bijkerk. De rest van de kosten - voor het optrekken van de kerk en pastorie, voor de aankoop van bijkomende gronden en voor het meubilair - betaalde proost Desmedt uit eigen zak én met de opbrengst van bedeltochten langs grote en kleine weldoeners in de wijde omgeving, o.m. ook op de Tuimelare. Al in 1866 kwam bisschop Faict de half-afgewerkte bijkerk inzegenen en toewijden aan Sint-Godelieve. ![]() De eerste kerk van Beitem, gebouwd in 1866 (prentbriefkaart, einde 19de eeuw). Dat betekende een keerpunt in de geschiedenis van het dorp Beitem: het centrum verlegde zich in vrij snel tempo van de Meerlaanhoek naar de huidige dorpskom, waar nieuwe huizen en herbergen als paddestoelen uit de grond rezen. Langs beide kanten van de Meensesteenweg verkocht de familie Beheyt volop grondeigendommen, die ze eerder in de Franse Tijd opkocht, voor de vele percelen waarop nieuwe woningen werden gebouwd. ![]() De dorpskom van Beitem. Prentbriefkaart, eind 19de eeuw (Bron: Prentkaart Vangeenberghe-Bonte). Recht tegenover het nieuwe kerkgebouw werd een herberg geopend met het uithangbord "in Beheythem", naar de familienaam van de liefdadige gebroeders Charles et Pieter Beheyt. Algauw werd zelfs de héle nieuwe wijk "Beheythem" genoemd, later afgekort tot "Beythem" en tenslotte "Beitem", in de nieuwe spelling.
De St.-Lodewijksschool van Beitem (vanaf 1881)
![]() Een van de oudste foto's van de 1ste school van Beitem, gebouwd in 1881 (postkaart, Vangeenberghe-Bonte). In 1881, temidden van de Eerste Schoolstrijd (1879-1884) werd de Meerlaanschool afgeschaft. De onderwijszusters werden, samen met hun leerlingen, op straat gezet. In 1909, kocht Charles Beheyt, de eigenaar van "het Brouwershof", het schoolgebouw en deelde het op in drie huizen. In een ervan vestigde hij een herberg "De Steenbakkerij". In 1979 zal de driewoonst worden gesloopt voor de verbreding van de Meensesteenweg en voor de aanleg van een verkeersrotonde. De verdreven zusters gaven een tijdlang les in de schuur van boer Henri Masquelier. Naderhand werd hen, dichtbij de nieuwe kerk, een huis (de latere herberg 'De Oude Kroon') ter beschikking gesteld, dat dienst deed als noodschool en ook als woonhuis. Er werden intussen ijverig plannen gesmeed voor de bouw van een nieuwe school. Proost Desmedt voelde echter niets voor de vestiging ervan in het gehucht 'de Meerlaan ', maar wél in de opkomende nieuwe wijk bij de kerk. In 1881 opende een nieuwe katholieke school voor kleuter- en lager onderwijs haar deuren nabij de kerk. Ze werd genoemd naar de heilige Franse koning, Saint-Louis IX (1214-1270) en naar de voornaam van Louis Leyn, schepen, lijnwaadfabrikant en armendis-meester uit Rumbeke. Hij financierde de grond en de bouw van de school en het aanpalend klooster voor de Rumbeekse Zusters. ![]() De jongens van de heropgebouwde St. Lodewijksschool na WO I (ingekleurde foto).
![]() Klasfoto. Zr. Cecilia met de meisjes en jongens van het 4de studiejaar, geboren in 1942. Klik hier om de namenlijst te bekijken (Bron: Zr. Cecilia +).
![]() Het lerarenkorps uit vervlogen dagen van de St.-Lodewijksschool Beitem. De Zusters van Liefde uit Rumbeke gaven een eeuw lang les in de St.-Lodewijksschool, tot in 1981. Al na WO I (1914-1918) stonden er alsmaar meer lekenmeesters en -juffrouwen voor de klas. De school van Beitem was van bij de start in 1881 tot op vandaag ook de school voor de kinderen van de Tuimelarewijk. De zusters van O.-L.-V.-ten Bunderen uit Moorslede richtten overal in de gemeente wijksscholen op: in Slypskapelle (1856), de Koekuit (1875), de Drogenbroodhoek (1897), de Vierkaven (1900) en de Waterdamhoek (1906). Maar een wijkschool voor de Tuimelare vonden ze blijkbaar niet nodig, omdat de kinderen van onze wijk terecht konden in de vlakbij gelegen St.-Lodewijksschool van de parochie Beitem, een parochie waarvan de Tuimelare toen overigens deel van uitmaakte! Voor zover ons bekend hebben de Bundernonnen nooit zélf echt plannen gekoesterd in de richting van een Tuimelareschool en werden ze hiertoe ook nooit aangezocht.
Het ontstaan van de parochie Beitem (1889)![]() Algemeen zicht op de dorpskern van Beitem, eind 19de eeuw (Bron: Prentbriefkaart Vangeenberghe-Bonte). Vanaf 1866 konden de mensen uit de omgeving op zondag de mis bijwonen in de nieuwe 'succursale' (=hulpkerk). Proost H.-A. Desmedt mocht de dagelijkse mis lezen, biecht horen, de communie uitdelen en de zieken berechten. Maar voor doopsels, huwelijken en begrafenissen moest men naar de kerk van Rumbeke. De proost wilde méér, namelijk een heuse officieel erkende zelfstandige parochiekerk, met een eigen welomschreven territorium, een kerkfabriek en een eigen kerkhof. Hij stuurde verzoekschriften naar koning Leolopd II, naar het gemeentebesuur en naar de kerkfabriek van Rumbeke, Ledegem en Moorslede. Die brieven waren medeondertekend door verscheidene invloedrijke parochianen, o.m. de gebroeders Beheyt. Proost Desmedt voegde zelfs een plan toe aan het verzoekschrift met een concrete grensafbakening van de nieuwe parochie. Dat plan ging uit van een aanzienlijke gebiedsafstand van de parochies Rumbeke, Moorslede en Ledegem. Het stuitte er meteen op fel verzet en werd jarenlang stelselmatig afgewezen. Verstrikt in een onverkwikkelijk steekspel en bovendien bedolven onder een torenhoge schuldenpberg, door het afsluiten van een aantal zware persoonlijke leningen, werd de proost verbitterd en geestesziek. Hij stierf uiteindelijk in de grootste armoede. Het ging zo ver dat in 1888 alle persoonlijke eigendommen van de proost (de kerk, de pastorie, de patronagegrond en het meubilair) openbaar werden verkocht. Nagenoeg alles werd opgekocht door Louis Leyn, de 'sponsor' van de school te Beitem, en een vermogende weduwe uit Roeselare. Beide weldoeners schonken later, in 1890, alles terug aan de pas opgerichte kerkfabriek. ![]() Johan-Joseph Faict, bisschop van Brugge, die de oprichting van de parochie Beitem erdoor drukte (Foto: Guido Gezellearchief).
Intussen had bisschop Faict van Brugge de onverkwikkelijke Beitemse zaak naar zich toe getrokken. Hij schreef in 1889 een brief naar het Ministerie van Justitie, naar de provincie-gouverneur en naar de gemeenteraad en kerkfabriek van Rumbeke, Moorslede en Ledegem, waarin hij hen de officiële oprichting voortstelde van een H. Godeliekerk en- parochie in Beitem. Van alle aangeschreven instanties ontving hij een gunstig advies. Nog in datzelfde jaar 1889 verscheen de tekst van het KB met de officiële erkenning in het Belgisch Staatsblad. De eerste pastoor van de parochie Beitem was de moorsledenaar Désiré Callaert, ex-missionaris in Amerika. Met de milde giften van veel gefortuneerde ex-parochianen kon hij de halfafgewerkte kerk voltooien. Daarnaast liet hij, rechts van de kerk, de onderpastorij optrekken en, links van de pastorie, het patronagelokaal met toneelzaal.
Ingrijpende gevolgen voor de Tuimelarewijk![]() De 16de-eeuwse St.-Martinuskerk van Moorslede vóór Wereldoorlog I. Tekening van Emiel Jacques, 1893. De oprichting van de parochie Beitem had verstrekkende gevolgen voor de Tuimelarewijk. Vanaf 1889 tot 2016, 127 jaar lang, behoorde ongeveer driekwart van de oppervlakte van onze wijk tot de naburige parochie Beitem. Voordien maakte de Tuimelare al eeuwenlang deel uit van de parochie Moorslede. In zijn boek "Moorslede, het Lievensdorp" schrijft Robert Houthaeve dat vermoedelijk al vanaf de 2de helft van de 10de eeuw de parochie van Moorslede geografisch was afgebakend. Maar de parochie en de kerk St.-Martinus werden pas voor het eerst vermeld in een oorkonde van 1188. Van bij haar ontstaan was de parochie Moorslede (de Tuimelarewijk en het gasthuis ten Bunderen inbegrepen) een onderdeel van het zeer oude en zeer uitgestrekte bisdom Doornik, gesticht door de Frankische koning Clovis in 486. In de Spaanse Tijd, in 1559, werd de parochie Moorslede losgekoppeld van het bisdom Doornik en gevoegd bij het nieuw opgerichte bisdom Ieper. In 1801, tijdens het Franse Bewind, werd het bisdom Ieper afgeschaft, en maakte de parochie Moorslede deel uit van het bisdom Gent. Vanaf 1834, enkele jaren na de onafhankelijkheid van België, tot op heden valt de parochie Moorslede onder het heropgerichte bisdom Brugge. ![]() Kaart van de parochie Beitem (1889). Parochiegrenzen (groen); gemeentegrenzen (rood). Klik om kaart te vergroten (Bron: R. Plovie). Bij de officiële oprichting van de parochie Beitem in 1889 moesten, zoals gezegd, de naburige parochies Rumbeke, Ledegem en Moorslede - na vele jaren lang tegenspartelen - een deel van hun territorium afstaan. De parochie Rumbeke verloor het grondgebied van het dorp Beitem. De Schouthoek, St.-Pieter en Duizendzinnen werden losgekoppeld van de parochie Ledegem. Moorslede moest een deel van de Koekuitwijk inleveren ... plus een groot deel (zo'n 3/4) van de Tuimelarewijk. Volgens Medard Van den Weghe (Geschiedenis van Moorslede, 1891, blz. 20) verloor Moorslede 421 van de in totaal 7004 'zielen'. Op de bovenstaande kaart zien we de afbakening van de parochie Beitem op de Tuimelarewijk:
De opheffing van de parochie Beitem (2016)![]() De laatste openbare mis in de kerk van Beitem op 14 november 2015 vóór de opheffing van de parochie op 1 januari 2016. Per 1 januari 2016 werd de parochie St.- Godelieve Beitem door het bisdom Brugge afgeschaft. Het was al een aantal jaren wat behelpen. Bij gebrek aan een eigen vastbenoemde pastoor moesten priesters van de pastorale federatie Rumbeke bijspringen. Aan het einde van een kerstavondviering op 24 december 2015 werd de kerk onttrokken aan de eredienst (= ontwijding). Ze verloor haar religieuze functie en werd teruggebracht tot een profaan en niet-onwaardig gebruik, zoals dat in het kerkelijk jargon heet. De parochie Beitem telde toen ongeveer 2000 inwoners:
Verdwenen kerkelijke banden met Beitem
![]() De jaarlijkse St.-Godelieveprocessie passeerde ook hier in de Monseigneur Catrystraat. Vanaf 1889 tot 2016, 127 jaar lang, was een groot deel van onze Tuimelarewijk opgenomen in de parochie Beitem. Automatisch namen de inwoners van Tuimelare voluit deel aan het parochiaal leven van Beitem, zoals het bijwonen van de mis op zon- en feestdagen; de deelname aan de sacramenten van het doopsel, de eerste en plechtige communie (vormsel), de kerkelijk huwelijksplechtigheden en begrafenissen; de jaarlijkse processies op de feestdag van de patroonheilige St.-Godelieve en op Sacramentsdag; de catechese voor 1ste en plechtige communies; de bedevaarten naar o.m. Dadizele, Lourdes, Br. Isidoor (Kortrijk), St. Godelieve (Gistel), Banneux en Beauraing. Sinds het opdoeken van de parochie Beitem is die binnenkerkelijke banden met Beitem weggevallen. ![]() De Vrouwenbond van Beitem anno 1938 op "speelvoyage" (daguitstap) - onder begeleiding van pastoor Camiel Lourdault - naar de Noord-Franse kustplaats Cap Gris-Nez (Foto: Magda Coeman).
![]() De Heilig Hartbond voor mannen in Beitem gedurende de jaren 1950-1960 (Foto: Joël Verbeke). Vele parochianen op de Tuimelare waren lid van een katholieke organisaties zoals de Heilig Hartbond, de Vrouwenbond, de Missienaaikring, de Eucharistische Kruistocht (EK) voor de schoolkinderen, e.a. Ook die verenigingen hebben het niet overleefd. Er zijn toch nog enkele stenen relicten van de parochie Beitem van weleer overgebleven: uiteraard het kerkgebouw, het kerkhof en een kapel.
![]() De begraafplaats van Beitem (Foto: Onroerend Erfgoed Vlaanderen).
Christelijke organisaties hebben het moelijk om te overlevenVeel inwoners van zowel Beitem als de Tuimelare waren aangesloten bij plaatselijke afdeling van tal van organisaties van de zogeheten "christelijke zuil". Door het wegvallen van het parochiaal draagvlak heeft het christelijk verenigingsleven het moeilijker dan vroeger om zich staande te houden. Niettemin hebben de KWB, OKRA, FEMMA, de Sint-Elooisgilde en de KSA het overleefd en zijn ze uiterst actief.
Het ontspanningsleven
De wereld van nederingdoeners verdampt![]() "Blomkes", in de Landmansstraat, was de laatste kruidenierswinkel van Beitem, die ermee stopte eind 2025. Het centrum van Beitem was vroeger één aaneenrijging van kleine zelfstandige eenpersoonszaken: kruidenierswinkels, snoepwinkels, bakkerijen, beenhouwerijen, detailhandels. Men kon er ook terecht bij ambachtslieden van allerlei slag, zoals een fietsenmaker, een timmerman, een smid, een horlogeur... Ook de Tuimelarenaars vonden er hun weg. Vooral vanaf de eeuwwende zijn die kleine zelfstandigen nagenoeg allemaal weggevallen. Op het moment dat deze webpagina op internet verschijnt (het voorjaar 2026) zijn nog één slagerij Martin en Véronique en één bakkerij Vandelannote overgebleven. De dorpswinkel Kosters werd een frituur en de laatste "Blomkes" hield ermee op eind 2025. Dat alles lag natuurlijk niet aan de afschaffing van de parochie Beitem, maar aan de concurrentie van de supermarkten en aan de verspreiding van de gezinswagen, waarmee men gemakkelijk verderweg inkopen kon doen.
De sterkhouders van de band Tuimelare - Beitem
![]() Groep meisjes van de krachtbalclub Hoger Op Beitem.
![]() De parochiekerk van Beitem, vóór de afschaffing ervan begin 2016. (Joël Verbeke, ingekleurde pentekening, 1981).
|